R E S E A R C H
 

(Feiten en vragen in chronologische volgorde qua belang.)

Jacob van Heemskerck was de kapitein. (1567-1607)

Willem Barentsz was de opperstuurman. (1555-1597)

Willem Barentsz was van origine een zeeman, kaartenmaker en bovenal avonturier. Hij leefde eind zestiende eeuw en was geboren op Terschelling. Zijn grote droom was de hele wereld in kaart te brengen.

De gehele bemanning van het eerste schip bestond uit 17 zeevaarders.

Jan Cornelisz Rijp was de kapitein op het tweede schip.

Kleding:
De mannen dragen zware waterdichte schanslopers en wijde zeemansbroeken.
Van Heemskerck had een zwarte vilten hoed.

Op 18 mei 1596 vertrokken twee schepen vanuit de haven van Amsterdam. (?)

Barentsz en van Heemskerck waren op zoek naar een noordelijke route naar Indië en China. Nederlandse zeevaarders zouden dan handel kunnen drijven zonder last te hebben van Spanjaarden en Portugezen, die de route rond Afrika onveilig maakten.

Hoe verliep de route precies?
In 1596 vertrok Barentsz voor de derde keer naar het noorden, opnieuw met Van Heemskerk. Dit keer voer Barentsz vanaf Scandinavië niet oostwaarts, maar noordwaarts. Hij ontdekte een eiland dat hij Veere eiland noemde (het tegenwoordige Bereneiland) en verder noordelijk, op 80° 11' NB, een land dat hij Het Nieuwe Land noemde (het huidige Spitsbergen). Terug op Bereneiland, werd de expeditie gesplitst. Een schip, onder Jan Corneliszoon Rijp, probeerde westelijk van Spitsbergen een doorvaart te vinden. Barentsz onderzocht de zeeën tussen Spitsbergen en Nova Zembla.

Slechts één van de twee schepen zou uiteindelijk terug keren naar Nederland.

Op 17 juli bereikten zij de westkust van het eiland, waar zij door ijsgang moesten blijven liggen tot 4 augustus. Daarna gingen zij verder in noordelijke richting.

Gedurende de reis van Barentsz' schip dat door ging werden de eilanden van Nova Zembla voor het eerst in kaart gebracht.

Willem Barents voer rond het noordelijkste punt van de eilanden van Nova Zembla.

Midden augustus 1596 zat Barentsz' schip muurvast in het poolijs bij de noordelijk kaap van Nova Zembla.

Op 11 september werd besloten aan land te overwinteren.

Ze werden gedwongen om met de hele bemanning van het schip acht maanden door te brengen op Nova Zembla.

Poolwinters zijn stikdonker.

Nova Zembla heeft een kale steenachtige kust.

Ze overwinterde aan de oostelijke kust, dichtbij de noordelijke top.

In september 1596 bouwde men, in een baai die door Barentsz c.s. IJshaven werd genoemd, van stukken drijfhout en delen van hun schip een schuilplaats die ze 'Het Behouden Huys' noemden.

Op 24 oktober was de hut klaar.

Hoe zag "Het Behouden Huys" er uit?
De onderste helft van het huis is van drijfhout en daar bovenop zit een planken betimmering. Het huis is ingesloten door het ijs. Als schoorsteen dient een ton, geplaatst op een schacht van vier met planken betimmerde sparren. Het dak is een met stenen en sneeuw verzwaard zeil.
Het huis meet 7,80 m bij 5,50 m. langs de buitenkant. De 16 bewoners van het eerste uur hebben dus per persoon iets meer dan twee vierkante meter ruimte gehad. Het bouwsel staat niet in de luwte van de IJshaven, maar hoog op een kaap aan de rand van de baai. Niet beschut dus. Waarschijnlijk omdat het schip daar lag.

Hoe zag de haard/schouw er uit?

Doordat de mannen meteen op rantsoen werden gezet, werden voedselproblemen voorkomen. Het scheepsproviand werd aangevuld met vlees van poolvossen en gesmolten sneeuw.

De ware vijanden waren de kou en de duisternis (begin november viel de poolnacht in). Met behulp van een zandloper probeerden de mannen de kalender bij te houden. Feestdagen werden gevierd, maar doorgaans was de stemming bedrukt.

Eind januari liet de zon zich weer zien, zodat de mannen af en toe naar buiten konden.

Twee bemanningsleden sterven op Nova Zembla. Eén van hen was timmerman van het Huys.

Na de winter werd van het hout van Het Behouden Huys een sloep gebouwd.

Omdat op 14 juni 1597 het schip nog steeds in het ijs vast zit, wordt door nog slechts 15 zeevaarders een poging ondernomen om terug te keren naar de beschaafde wereld en uiteindelijk Nederland.

Op 14 juni 1597, om half vijf 's ochtends, vertrokken de vijftien overwinteraars met hun sloep en boot van het Behouden Huys. Alle noodzakelijke spullen en een deel van de handelsvoorraad werd mee terug genomen. De andere voorwerpen heeft men in het huis moeten achterlaten.

Willem Barentsz had enkele dagen eerder nog een briefje geschreven en dat verstopt in de schoorsteen van het huis. Er stond in beschreven hoe de reis tot dan toe was verlopen. Wat de mannen hadden meegemaakt. En dat ze 10 maanden op Nova Zembla zijn geweest. Het briefje is bijna 3 eeuwen later teruggevonden.

Zij vertrokken langs de westkust van Nova Zembla naar het zuiden, een terugreis van 2100 kilometer.

Onderweg sterven drie mannen 'van coude ende onghemack', zoals het thuisfront later te horen krijgt.
Sommige mannen waren ziek, onder wie Barentsz. Op 16 juni zakte hij door het ijs en op 20 juni stierf hij, slechts een week na vertrek.

Op 28 juli, meer dan zes weken na het vertrek, zien ze voor het eerst andere mensen, bewoners van het uiterste noorden van Rusland.

Zijn mannen keerden wel terug naar Kola, waar ze pas op 30 augustus, weer ruim een maand later, werden opgepikt door een Nederlands handelsschip onder commando van hun voormalige medereiziger Rijp.
Dat gebeurt aan de kust van wat tegenwoordig de Barentsz Zee heet.

Jan Corneliszoon Rijp was gezagvoerder van het andere schip in de expeditie naar het noorden van Jacob van Heemskerck en Willem Barentsz in 1596, en met dezen ontdekte hij Bereneiland en Spitsbergen. Bij terugkeer op Bereneiland splitste de expeditie zich. Rijp keerde terug naar Spitsbergen, klaarblijkelijk met de intentie een doorvaart tussen Spitsbergen en Groenland te vinden. Van deze expeditie is verder weinig bekend; Rijp keerde in elk geval nog hetzelfde jaar naar Nederland terug.

Het volgende jaar, in 1597, vertrok Rijp op een normale handelsmissie naar Scandinavië en noord-Rusland. Op het schiereiland Kola kwam hij de overlevenden van de expeditie van Van Heemskerck en Barentsz tegen. Hij nam ze aan boord en keerde met hen terug naar Nederland.

En niet eerder dan 29 oktober 1597 komen ze aan bij hun geliefden in Nederland. (1 nov. A'dam)

Gerrit de Veer hield een dagboek over de overwintering bij dat in 1598 gepubliceerd is.

Ze zijn bijna anderhalf jaar van huis geweest.

Nadat ze Het Behouden Huys achter lieten kwam er 275 jaar niemand meer.

Pas in 1871 zag de Noorse zeehondenjager Elling Carlsen vanaf zijn schip toevallig een vervallen huis op het land staan. Hij nam poolshoogte en vond het huis vol spullen die de bewoners hadden achtergelaten.

Hij heeft zo'n 80 vrij grote voorwerpen meegenomen. Deze zijn via via in het Rijksmuseum in Amsterdam gekomen.

Elling Carlsen is degene die het briefje van Barentsz bijna 3 eeuwen later teruggevonden heeft. (?)

Hoe zag de brief van Barentz er uit die gevonden werd in de schoorsteen?

Bijna driehonderd jaar later kwam de Engelse avonturier Charles Gardiner aan op Nova Zembla. Hij stuitte op het Behouden Huys waar de bemanning van Barentsz de winter had doorgebracht. Tussen de dingen die de bemanning had achtergelaten, vond Gardiner een 'Deventer almanak'. Deze almanak overleefde een zeereis naar de noordpool en een eeuwenlang verblijf op Nova Zembla.